ICT - hulpmiddelen

Leerlingen met lees,- en spellingproblemen hebben baat bij het gebruik van ICT–hulpmiddelen. Het Protocol Leesproblemen en dyslexie voor groep 5-8 geeft aan dat het raadzaam is om vanaf groep 5 gebruik te maken van ondersteunende en/of compenserende software.

ICT–hulpmiddelen worden vooral gebruikt om het schrijven te compenseren en voor hulp bij het spellen. Bij dispenserend gebruik dicteert de leerling wat de computer opschrijft. Bij remediërend gebruik moet je vooral denken aan oefeningen op de computer om de spellingvaardigheid te verbeteren.

Wanneer je moeilijk leest, is het ook moeilijk om een tekst goed te kunnen begrijpen. Als een leerling bijvoorbeeld in groep 8 leest op AVI 6 niveau of in groep 5 op AVI 4 niveau, is het belangrijk dat het lezen wordt ondersteund. Vooral ook in het voortgezet onderwijs en daarna moeten veel teksten zelfstandig worden gelezen. De voortgang van ontwikkeling kan in gevaar komen. Compensatie van het zwakke lezen door middel van voorleessoftware is in alle gevallen van een onvoldoende leesniveau een goede oplossing.
Het gebruik van ICT–hulpmiddelen draagt bij aan het vergroten van het zelfvertrouwen, de zelfredzaamheid, het leesplezier en het doorzettingsvermogen.

Het is belangrijk om je ook als school te oriënteren op de verschillende hulpmiddelen, van veel programma’s zijn gratis proefversies te downloaden en Daisy spelers zijn te leen bij de bibliotheek. Bij de keuze van de materialen is het zaak je als school af te vragen, over welke functies een ICT–hulpmiddel moet beschikken in relatie tot het doel waarvoor het middel moet worden ingezet.